'Nagels bijten en de
concurrentie van de balk afkijken', schetste
bondscoach Frank Louter het middagprogramma van de
Nederlandse turnsters. Het was het enige dat de ploeg
nog te doen stond nadat 's ochtends vroeg met een
ongewoon hoge score van 107.635 punten de eerste
omloop overtuigend als winnaar was afgesloten. Het
wachten was alleen nog op de concurrentie.
Hoe
goed de verrichtingen van de Nederlandse vrouwen die
ochtend werkelijk waren geweest bleek pas acht uur
later. Toen de laatste turnsters hun oefening hadden
afgesloten prijkte de naam van Nederland achter
Rusland op de tweede plaats. Met de zilveren medaille
maakte de ploeg de hooggespannen verwachtingen meer
dan waar. Nooit eerder behaalden de Nederlandse
vrouwen een medaille bij een EK landenwedstrijd.
Niettemin
werd in het Griekse Patras al voorzichtig rekening
gehouden met een sensatie. De vijfde plaats bij het WK
in Gent, de afwezigheid van Roemenië en het op het
laatste moment afhaken van twee - door blessures
gehavende - Spaanse vrouwen plaveide de weg naar de
topdrie. Drie buitelingen van de Oekraïnse vrouwen op
de balk, die op de tribune met nauwelijks verholen
enthousiasme door de Nederlandse ploeg werden begroet,
deden de rest.
Het
bewees eens te meer de klasse van Nederland. Terwijl
de rivalen op de diverse toestellen grote steken liet
vallen, turnden de Nederlandse vrouwen een nagenoeg
foutloze ronde. Zelfs de twee missers van Verona van
de Leur op balk en brug bleven zonder al te grote
gevolgen. Ze plaatste zich desondanks als vierde voor
de individuele meerkamp.
Louter
prees zijn team voor de ijzingwekkende kalmte. 'Onze
uitgangswaarden en individuele kwaliteiten mogen
misschien iets minder zijn, maar mentaal zijn deze
meiden ijzersterk.' Dat bewees de ploeg vanaf het
moment dat Gabriella Wammes het spits moest afbijten.
Ze opende sterk op vloer, maar werd door de jury
desondanks met slechts 8.700 punten beloond. Niemand
liet zich echter door de strenge jurering van de wijs
brengen.
Zelfs
Monique Nuijten, die pas op de balk - het laatste en
tevens lastigste onderdeel - in actie mocht komen,
bleef kalm tot het einde. Louter: 'Het heeft ook geen
zin om rekening te houden met verwachtingen. Wij
kijken niet naar de toekomst of het verleden. Het gaat
om het hier en nu. Deze oefening op dit moment.'
Zenuwen
kwamen pas later op de avond toen de ploeg het zelf
niet meer in de hand had en de turnsters lijdzaam op
de tribune moesten toezien hoe de concurrentie
langzaam maar zeker dichterbij sloop. Dat Nederland
ondanks het goede optreden bij het WK in Gent vorig
jaar zelf niet in de avondgroep bij de beste acht
landen van Europa mocht starten, bleek achteraf gezien
echter geen nadeel.
De
loting was gebaseerd op de lage eindklassering van
twee jaar geleden bij het EK in Parijs (elfde) toen
turnsters als Suzanne Harmes en Verona van de Leur nog
bij de junioren aantraden. Die ploeg werd destijds
derde. Zulke reputaties tellen echter niet bij de
Europese turnfederatie. En dus ging bij de
onfortuinlijke turnsters al om zes uur de wekker.
Gewend aan dagelijkse trainingen op dat tijdstip had
de ploeg echter weinig problemen met de vroege start.
De
jury des te meer. De angst van bondscoach Louter voor
grote verschillen in de puntentelling 's ochtends en
's avonds bleek niet helemaal ongegrond. Door de
toernooidirectie was meermalen nadrukkelijk (en zelfs
schriftelijk) gehamerd op de verantwoordelijkheden van
de jury. Een affaire zoals bij het kunstschaatsen
tijdens Salt Lake City wilde de organisatie koste wat
kost voorkomen.
'Dat
werd niet met naam genoemd, maar het is wel duidelijk
dat daaraan werd gerefereerd', zei Louter. 'Dat de
jurering nu weer extra aandachtspunt is geworden is
een duidelijke knipoog in die richting. Maar je kunt
het bijna niet voorkomen. Als we vanavond hadden
geturnd hadden we er zeker anderhalf punt bijgekregen.'
In
de eindklassering had dat overigens geen verschil
gemaakt. Naast twee plaatsen in de individuele
meerkamp van Van de Leur (vierde) en Suzanne Harmes (zesde)
behaalde de ploeg zes toestelfinales. Van der Leur op
vloer, sprong en balk, Harmes op brug en balk en
Renske Endel op brug.
Alleen
tegen het oppermachtige Rusland was niemand opgewassen.
Het gat met de Russische vrouwen bedroeg liefst vier
punten. Het temperde enigszins de euforie over de
historische zilveren plak. 'We hebben nog een hele
lange weg te gaan willen we op dat niveau komen',
aldus Louter. |